De geplande uitbreiding van de woningbouw in Nederland staat op het spel als het kabinet besluit om striktere regels voor waterbeheer en bodemimplementatie door te voeren. Een recent onderzoek uitgevoerd door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) wees op de kritische impact van bodemdaling en wateroverlast op nieuwbouwgebieden in ons land. Het EIB rapporteerde op basis van een bouwkaart van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het EIB benadrukt de uitdaging van het vermijden van bouw in gebieden met aanzienlijke risico's op wateroverlast of bodemdaling, terwijl tegelijkertijd de woningbouwdoelstellingen worden nagestreefd. Het instituut concludeert dat deze twee doelstellingen lastig te verenigen zijn. In het huidige plan, waarbij tegen 2030 ongeveer 983.000 woningen moeten worden bijgebouwd, blijkt dat bij de helft van deze projecten extra maatregelen nodig zijn. Voor een kwart van deze woningen wordt zelfs gesproken van een aanzienlijke uitdaging.
De meest voorkomende problemen die zich voordoen zijn wateroverlast en soms bodemdaling. Het EIB suggereert dat het verhogen van de grond vaak een passende oplossing is. Echter, deze ingrepen brengen aanzienlijke kosten met zich mee. Het instituut schat de totale kosten voor extra maatregelen op een bedrag van 2,5 miljard euro.